• Columm: coach op eigen risico

    Al zeker vier jaar doe ik het. Al zeker vier jaar lang ben ik trainer/coach van mijn eigen vriendenteam. Al zeker vier jaar ga ik door het leven als Coach Kikker. Al zeker vier jaar lang probeer ik het zooitje ongeregeld dat Kampong 12 heet in het gareel te houden.

    De hierboven geschreven klaagzang doet op geen enkele manier recht aan de realiteit. Er is namelijk niks leuker dan met je vrienden op het veld te staan, om samen het avontuur van een verre uitwedstrijd aan te gaan en de knollenvelden van de Reserve Vijfde Klasse te verkennen. Nadat mijn veelbelovende carrière als doelman en verdediger in de lagere niveaus van Nederland door blessures ruw werd onderbroken vroegen mijn teamgenoten maar één ding aan mij: ‘je blijft toch wel bij het team hè?’ En waarschijnlijk zullen ze het allemaal ontkennen als u aan ze vraagt of ze het ook echt gezegd hebben.
    Gelukkig ben ik bij het team gebleven en al snel werd ik de aangewezen persoon om de wissels door te voeren en niet veel later mocht ik van de heren zelfs de opstelling gaan maken. Iets waar ze ongetwijfeld veel spijt van hebben als ze zichzelf terugvinden op de bank. Mijn machtsgreep was compleet toen ik de vedettes training begon te geven in een wanhopige poging om oude honden nieuwe trucjes te leren. En dat is nog niet makkelijk.

    De gemiddelde training bestaat ondertussen uit: zeventien hakjes, zes mislukte pannas, één geslaagde panna, drie ballen over het hek, minstens één wereldgoal en één hamstringblessure bij een van de spelers ouder dan vijfentwintig. Met het enkele uurtje training dat wij elke week hebben wordt het dan erg lastig om een vaste speelwijze op te zetten. En toch wordt de tactische benadering van de wedstrijd serieus genomen. Tijdens teambesprekingen wordt er gedebatteerd over de opstelling in balbezit en zonder balbezit, hoe de opbouw eruit moet zien, dat je met je mannetje mee moet lopen én dat er toch echt aan de binnenkant gedekt moet worden.

    In de praktijk houdt dit in dat het in de wedstrijd vaak één helft, of een deel daarvan, goed gaat. De rest van de tijd overheerst de onrust. Hieruit valt één belangrijke voetballes te trekken die geldt voor alle coaches, van Mourinho tot Kikker: als de wedstrijd begonnen is, heb je geen enkele invloed meer. Het geroep van de coach langs de kant is tijdens de wedstrijd niet meer dan een aanmoediging, en als de frustraties oplopen, niet meer dan een irritatie. Je kan honderd keer roepen dat er simpel gevoetbald moet worden of dat de bal in de ploeg gehouden moet worden, maar als een van de vedettes ‘aanvoelt’ dat een steekpass met buitenkant-links de beste optie is sta je als coach machteloos.

    De invloed beperkt zich daarom tot het maken van de wissels, zorgen dat iedereen ongeveer even veel speeltijd krijgt, een aai over de bol links, een handdruk rechts en het op tijd bijvullen van de waterflessen. Bovendien doe je het nooit goed: niemand wil ooit gewisseld worden en als het op wisselproblematiek aankomt hebben alle vedettes plotseling een olifantengeheugen. ‘de vorige keer dat we tegen deze gasten speelden begon ik ook op de bank’. ‘Hij wordt nooit gewisseld in het laatste kwartier.’ Waar de spelers een olifantengeheugen hebben, heb je als coach een olifantenhuid nodig. Niemand is ooit blij om gewisseld te worden en binnen een vriendenteam zijn ze niet bang om hun mening daarover ten gehore te brengen. De beste manier om daar mee om te gaan is om er niet op te reageren en de sterspeler in kwestie lekker te laten uitrazen. Ik weet ook dat het voortkomt uit een verlangen om te winnen, maar ook om gewoon hun favoriete sport te kunnen beoefenen, en dat kan ik wel waarderen.

    Tot nu toe klinkt het trainerschap van Kampong 12 als een ondankbare hondenbaan waar alleen de grootste liefhebber van sadomasochisme aan zou beginnen. En toch verzeker ik jullie dat het niet zo is. Elke week staat weer bol van de verhalen, ervaringen en situaties waarvan je dacht dat je ze nooit zou meemaken. Of het nou gaat om spelers die twee uur geslapen hebben, knollenvelden waar je je hond nog niet op zou uitlaten of kleedkamers waar je dezelfde hond nog niet in zou wassen: elke week is weer een nieuw avontuur. En zeg nou zelf, wat is er nou mooier dan twee keer per week met je vrienden op het voetbalveld te staan en plezier te maken?

    Coach Kikker

     

    Met grote dank aan Kampong 12